Openingstijden
Nu geopend - Sluit om 23:59
dinsdag00:00 - 23:59
woensdag00:00 - 23:59
donderdag00:00 - 23:59
vrijdag00:00 - 23:59
zaterdag00:00 - 23:59
zondag00:00 - 23:59
maandag00:00 - 23:59

Over De travalje in Serooskerke



Serooskerke kende al een smederij sinds het eind van de 18e eeuw. De laatste smid van het dorp, Marinus Polderman, was er smid van 1928 tot 1974. Op 21 jarige leeftijd nam hij de smederij over van Jacob Jan Pieterse. Polderman stond bekend als een goede vuursmid. Naast zijn werk als smid verrichtte hij veel elektriciteitswerk. Het leven van Marinus Polderman ging echter niet over rozen. Het gebruik van trekpaarden liep door de mechanisatie van de landbouw aanzienlijk terug en veel travaljes verdwenen langzaamaan uit het straatbeeld. Zo ook die van Serooskerke.

De travalje die nu in Serooskerke staat, is een exacte kopie van de travalje in Noordgouwe. Op 14 maart 2014 werd de nieuwe travalje onthuld en in gebruik genomen.

In veel Zeeuwse dorpen en steden was vroeger het werk van een smid bij smidsvuur en aambeeld een bekend gezicht. Ook het beslaan van paarden was voor een smid werk voor alledag. Dat gebeurde in de travalje.

Hoefstal
Een travalje is een hoefstal bij een smederij waarin in het verleden een hoefsmid een paard vastmaakte om deze van nieuwe hoefijzers te voorzien. Voor de hoefsmid was de travalje een belangrijk hulpmiddel om een paard veilig en makkelijk te beslaan. Het uit de hand beslaan kwam in Zeeland bijna niet voor, omdat er veel werd gewerkt met trekpaarden, waarvan de benen te zwaar waren om te tillen.

De travalje is een werktuig waarin een paard werd vastgezet aan het halster. De hoefsmid bond dan één hoef aan de zijligger van de travalje vast, zodat hij rustig zijn werk kon doen: de hoef bijkappen en afvijlen, het hete ijzer inbranden in de hoef (dat had een speciale geur), nadat hij het in het smidsvuur op maat had gesmeed, waarna het hoefijzer werd vastgetikt met stalen hoefnagels. Een mooi en dankbaar ambacht, voor paard, boer en ruiter en zeker voor de smid.

Soms telde een dorp meer dan één travalje. Door de verzuiling had iedere smid zijn eigen klanten. Verder was er voor de smid vaak nog heel veel ander werk te doen: het repareren van al het ‘gerij’ (karren, rijtuigen, landbouwwerktuigen), dat in gebruik was bij de boerenstand en de burgerij. Maar ook het maken van hekwerken, gereedschappen en allerhand ijzerwerk voor gebruik op de boerenhoeve. En natuurlijk het beslaan van alle paarden uit de omgeving.

Verdwijnen travaljes
Voor de Tweede Wereldoorlog en de watersnoodramp maakten travaljes deel uit van het straatbeeld van de Zeeuwse dorpen. Door de mechanisatie en de komst van tractoren werden de trekpaarden overbodig en werden er minder paarden beslagen. Travaljes werden vaak een sta-in-de-weg en verdwenen uit het straatbeeld. Mede door een gebrek aan opvolging verdwenen ook de smederijen.

Bron: Zeeuwse Ankers
Bron: Stichting Monumenten